“Bent u een kind van God?”
|
“Want zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.” Romeinen 8 : 14 |
|
Toen we 18 jaar geleden als gezin lid waren van de Hersteld Hervormde Gemeente in Ede, kwam ds. P. den Ouden, die op dat moment nog in Wouterswoude stond, op beroep preken. Hij preekte over een tekst uit Romeinen 8. In deze preek benadrukte hij hoeveel rijke lessen er in Romeinen 8 liggen. Als het moest, zo zei hij ongeveer, zou je als predikant wel je hele leven lang kunnen preken uit dit éne machtige hoofdstuk van Romeinen 8. Vers 1 begint al met die inhoudsvolle woorden, dat er géén verdoemenis is, voor degenen die in Christus Jezus zijn. Het omgekeerde is dus, zeer aangrijpend, ook waar. Er is wél een verdoemenis voor degenen die buiten Christus Jezus zijn. En daarom moeten we onszelf de vraag stellen: ben ik in Christus Jezus? Ben ik iemand die niet wandelt naar het vlees, maar naar de Geest? Ja maar, zegt u, wat houdt dat wandelen naar de Geest nu in? Hoe weet je dat? Paulus werkt dat uit aan het begin van Romeinen 8. Als de Geest van Pinksteren in je hart en leven gaat werken, dan is dat merkbaar aan de gevolgen in de praktijk van het leven. Uiteindelijk zijn er maar twee opties: óf je leeft naar het vlees óf je leeft door de Geest! Of je geniet als een slaaf van de zonde en je bent alleen maar gericht op wat zichtbaar, vergankelijk en werelds is, óf je zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is. Je richt je op het onzichtbare, op het onvergankelijke. Dat is, kort samengevat, wat Paulus in de verzen 1-13 zegt. En dan trekt hij de conclusie. Want zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Drie dingen vallen op in deze tekst. Allereerst is het opmerkelijk, dat Paulus hier het werk van God de Heilige Geest benadrukt. Deze Geest is de Geest van Christus, zo heeft hij in vers 9 al gezegd. Als iemand de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. Het werk van de Heilige Geest heeft dus alles te maken met het werk van de verhoogde Christus. De verhoogde Christus heeft Zijn Geest uitgestort op de Pinksterdag. De verhoogde Christus geeft Zijn Geest, Die Gods kinderen in alle waarheid leidt. Tussen het werk van Christus en het werk van de Heilige Geest is dus een nauwe eenheid. In volkomen harmonie werken de Heilige Geest en Christus samen. Tegelijkertijd zegt Paulus dat Gods kinderen door de Geest van God geleid worden. Deze Geest gaat dus ook uit van de Vader. Er is volmaakte harmonie in de drie-enige God. Ook de Vader is altijd betrokken bij het werk van de Heilige Geest. En wat doet deze Geest van God? Die leidt ons. Dat is het tweede dat Paulus benoemt. Het Griekse woord dat Paulus hier gebruikt, mag je ook vertalen met ‘voeren, leiden, brengen’. Zo kan een lam naar de slachtbank geleid worden (Hand. 8:32). Je kan ook als verdachte naar de stadhouder als rechter geleid worden (Matth. 10:18). In Hebr. 2:10 staat dat er veel kinderen van God tot de heerlijkheid geleid worden. Leiden heeft dus een brede betekenis. Gods Geest neemt dus Gods kinderen mee. Hij wijst ons in geestelijk opzicht de weg. Hij wijst ons de goede kant op. Of je je laat leiden door deze Geest, is een keuze (Gal. 5:18). Je kunt de Heilige Geest namelijk ook weerstaan. Of uitblussen. Word ik door de Geest van God geleid? Luister ik naar de stem van Christus? Als dat het geval is, dan is dat één van de kenmerken, die horen bij het geestelijke kindschap. Wie door de Geest geleid wordt, is namelijk een kind van God. Dat is het derde dat Paulus benadrukt. Veel mensen worstelen met de vraag: ben ik een kind van God? Ben ik geadopteerd door God? In het Grieks staat er, dat je dan bij de zonen van God hoort. God neemt, o wat een wonder van genade is dat, zonen en dochters aan tot Zijn kinderen. En deze kinderen zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus (Rom. 8:17). We waren vijanden. We waren goddeloos, d.w.z. zonder God. We leefden ons uit in de wereld en waren op weg naar de eeuwige dood. Maar als die Geest van God in je hart en leven gaat wonen, wordt alles anders. Je bent wedergeboren tot een levende hoop. Je bent voor altijd een kind van God. Vrijwel alle vaders en moeders hebben hun kinderen lief. Hoe groot is Gods liefde voor Zijn kinderen! Oneindig groot! Zo schittert in Romeinen 8 het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Gods kinderen herkennen dat in hun hart en leven. Zij verblijden zich in het werk van deze Geest van God. Bent u zo’n kind van God? Ds. W.J. van den Brink |
|
|
|
|