|
Recent mochten mijn vrouw en ik een verjaardag bijwonen, waar we ook een maaltijd mochten nuttigen. Aan het begin van de maaltijd werd er een gedeelte uit Gods Woord gelezen en daar iets over gezegd. Jaren geleden, zo vertelde deze vriend, was hij naar een doordeweekse kerkdienst gegaan. De predikant begon aan de verkondiging van het Woord. En wat zei hij toen als eerste? En Hij leidde hen. De Heere zegende deze woorden aan het hart van mijn vriend. In deze meditatie geef ik drie overwegingen aan u mee. Allereerst is het opvallend, wie er leidt. En Hij leidde hen. De gezegende Zaligmaker gaat Zijn discipelen voor en brengt hen naar de Olijfberg. Hij staat op het punt om van hen afscheid te nemen en op te varen naar de hemel. Dat is een ontroerend moment. En toch neemt de Heere Jezus ook dan Zijn discipelen met zich mee. Hij vertrekt niet in stilte. Heel bewust leidt Hij hen. Als een Herder neemt Hij de schapen mee. Hij leidde hen.
Misschien vraagt iemand zich af: gebeurt dat nog? Leidt de Heere Jezus nog steeds Zijn kinderen en gaat Hij nog altijd voorop? Zeker weten! Niet voor niets wordt onze Zaligmaker de óverste Leidsman en de Voleinder van het geloof genoemd (Hebr. 12:2). Dat Griekse woord mogen we ook vertalen als ‘aanvoerder, initiatiefnemer, voortrekker’. Ik denk ook aan de tekst uit Romeinen 8. Zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Deze Geest is de Geest van Christus (Rom. 8:9). Wat een troost is dat voor al Gods kinderen. Ook nu! De Heere Jezus leidt mijn leven. Hij bestuurt mijn levenspad. Hij weet met welke beproevingen ik te maken heb. Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil, zegt Psalm 23. Zelfs als ik ga door het dal van de schaduw van de dood, dan leidt de Herder mij nog steeds. Hij heeft het toch beloofd, dat Hij élke dag bij Zijn kinderen zal zijn? ‘En zie, Ik ben met u, al de dagen, tot de voleinding van de wereld’. Zoals de Heere Jezus destijds Zijn elf discipelen leidde, zo leidt Hij nu nog steeds al Zijn kinderen. Hij kent het leven van de zendelingen, die in benarde omstandigheden werken. Hij kent het leven van de eenvoudige christen, die getrouw de Meester mag dienen. De Heere Jezus leidt mijn leven.
Wat valt er nog meer op? Dat deze discipelen deze leiding van de Meester erkennen. Zij volgen Hem. Wat zou er gebeurd zijn, als Petrus halverwege de Olijfberg ‘afgehaakt’ was? Dan zou Petrus geen getuige zijn geweest van de hemelvaart van zijn Zaligmaker. ’t Was dus nodig, dat Petrus zijn Heiland bleef volgen. Achter Hem aan! Dat is de les, die we dagelijks moeten leren. Volgen! Het kruis opnemen! Elkaar bemoedigen ‘en op sleeptouw nemen’. Het elkaar toezingen: ‘Kom ga met ons, en doe als wij’. Wij willen Jezus volgen. Hoe meer wij de Heere Jezus volgen en hoe dichter we bij Hem zijn, hoe beter we ook Zijn stem horen. Wie achteropraakt, zal minder goed de stem van de Heere Jezus kunnen horen. Wie onbedacht deze Herder uit het oog verliest, geen contact met de overste Leidsman heeft, wordt terecht vergeleken met een schaap, dat afdwaalt in het rond (Ps. 119:88 ber.). Hij leidde hen. Ik ben dus niet alleen! Er zijn, gelukkig maar, méér volgelingen van Jezus. En zo mogen de discipelen van Jezus elkaar bemoedigen en aansporen, om Jezus te volgen.
En wat is het laatste dat opvalt? Dat de Heere Jezus deze volgende discipelen zegent. En Zijn handen opheffende, zegende Hij hen. Wat zullen deze discipelen verwonderd zijn geweest, dat zij zó afscheid hebben mogen nemen van hun Heiland. Hij zégent hen. Hij strekt Zijn handen over hen uit. Zo vaart Jezus op naar de hemel. Het kan niet anders, of deze elf discipelen hebben de littekens in die handen van Jezus gezien! Met Zijn doorboorde handen neemt Jezus afscheid van Zijn strijdende kerk op aarde. ‘Ik heb u in Mijn handpalmen gegraveerd’. In de hemel ziet de Heere Jezus – nog steeds – de littekens in Zijn handen. En aan wie denkt Hij dan? Aan Zijn kinderen, die op aarde nog te strijden hebben tegen de driehoofdige vijand. Maar u zult overwinnen, zegt de Heere Jezus. ‘Ik heb u gezegend! Ik ben opgevaren naar Mijn Vader en naar Uw Vader. En waar Ik ben, daar zullen ook Mijn volgelingen en dienaren zijn’. Zo reizen Gods kinderen, onder de zegen van deze Roos van Saron, verder. We wandelen op het smalle pad. We zijn pelgrims, op weg naar Sion. Leidt de Heere Jezus uw leven? Volgt u Hem? Dan mag u leven onder Zijn zegen! Zie, zie op Jezus alleen!
Ds. W.J. van den Brink
|