• " Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels. " Genesis 28:17b

Meer over Home

Home

 

Bijbel

Meditatie

‘Maar ik ben een worm en geen man…’ Psalm 22:7A

De woorden van de tekst komen uit Psalm 22. Dit is een Psalm die de Heere Jezus op Zichzelf heeft toegepast toen Hij hing aan het kruis van Golgotha. In de diepe nood van de Godverlatenheid riep Hij het uit: ‘Mijn God, mijn God! Waarom hebt gij mij verlaten…’ Met het citeren van deze beginwoorden van Psalm 22 roept Jezus degenen rondom het kruis heel Psalm 22 in herinnering. Van heel deze Psalm zegt de Heere Jezus dat deze ten diepste over Hem gaat. Ook onze tekst dus: ‘ik ben een worm en geen man…’ In de eerste plaats doelt Jezus hier op Zijn nederige positie. Jezus vergelijkt Zichzelf met een klein en kwetsbaar diertje.

Maar er is meer in deze tekst… Het woord dat hier gebruikt wordt in het Hebreeuws wijst niet op een ‘gewone’ regenworm zoals wij die kennen, maar op de scharlaken worm (coccus ilicis). Dit is eigenlijk meer een insect dan een worm. En met name de wijze waarop het vrouwtje jongen voortbrengt is bijzonder. Wanneer dat gebeurt dan hecht ze zich vast aan een tak van een boom of ander stuk hout. Ze maakt een hard schild over haar heen om de eitjes onder haar te beschermen. Als de larven uitkomen zijn ze veilig onder het schild. De eerste dagen voeden ze zich met het lichaam van de moeder, die daardoor sterft. Op het moment dat het moederdier sterft vloeit en een rode vloeistof uit haar die het hout rood kleurt en ook de jonge larven overdekt. Drie dagen na het sterven verliest het moederdier haar rode kleur en verandert ze in een soort witte was, die lijkt op wol. De larven zullen de rest van hun leven deze rode kleur met zich meedragen.

Laat dit beeld op u inwerken en besef dat Jezus dit op Zichzelf toepast. Ziet u de overeenkomsten met dat wat de Heere Jezus heeft gedaan? Ziet u hoe dit kleine diertje getuigt van het geweldige wonder van Gods genade in de Heere Jezus Christus? Ook Jezus heeft Zich aan het hout gehecht. Ook Hij is daar gestorven opdat anderen zouden leven. Ook de gelovigen voeden Zich met het Avondmaal 3 in de tekenen van het gebroken lichaam van de Heere Jezus. Ook aan het kruis vloeide het rode bloed van de Heere Jezus. Zoals die larven overdekt werden met de rode kleurstof, zo wil Hij ons wassen door Zijn bloed. ‘Die worm dat ben Ik’, zegt Jezus.

Deze diertjes werden in de tijd van het Oude Testament – en vandaag de dag nog steeds – verzameld om er rode kleurstof van te maken, karmozijn genoemd. Het rode tentdoek van de tabernakel was met deze kleurstof gekleurd. Jesaja verwijst naar dit natuurwonder als hij schrijft: ‘al waren uw zonden (…) rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.’ Wat onmogelijk lijkt, is mogelijk bij God! Telkens wordt er op profetische wijze doormiddel van dit diertje heen gewezen naar het verzoenend lijden en sterven van onze Heere Jezus. Wat een machtige Schepper hebben we, dat Hij dit diertje zó heeft gemaakt, dat het beelddrager van de Heere Jezus is, en getuige van Zijn verzoenend lijden en sterven. Dat kleine wormpje bevat een geweldig Evangelie! Het mag ons aansporen om de toevlucht te zoeken bij Deze Heere Jezus Die Zijn leven gaf voor zondaren.  

Ds. G.K. Terreehorst

 

  • © hersteld hervormde kerk 2019