• " Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels. " Genesis 28:17b

Meer over Home

Home

 

Bijbel

Meditatie

‘Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns.’ Psalm 92:11

Verschillende keren komen we in de Statenvertaling de eenhoorn tegen. De eenhoorn is een dier dat tot de verbeelding spreekt. Al in de oudheid komt een dergelijk dier voor op antieke zegels en in Griekse handschriften. In de loop der eeuwen zijn er hele legenden rondom dit dier gesponnen. Het zou gaan om een mythisch dier, groot wit en sterk met een grote hoorn voorop de kop. Het dier stond symbool voor zuiverheid en kon alleen door een maagd worden gevangen. Hoe erg dit allemaal ook tot de verbeelding spreekt, het heeft weinig te maken met het dier dat in de Bijbel bedoeld wordt.

Waar de Statenvertaling ‘eenhoorn’ heeft vertaald, staat in het Hebreeuws een woord dat naar alle waarschijnlijkheid duidt op een woudos. Een groot dier met twee dubbele gedraaide hoorns, die nog het meest weg heeft van een buffel. De Statenvertalers hebben hier een vertaalfout overgenomen uit de Griekse en Latijnse vertaling van het Oude Testament. In dit beide vertalingen staat namelijk een woord dat ‘eenhoorn’ betekent. Wie echter alle vindplaatsen nagaat die komt er al snel achter dat er geen mythisch dier zoals de eenhoorn is bedoeld. Het is vaak lastig om precies te bepalen wat voor dier dan wel bedoeld wordt.

In Job 39 wordt dit dier beschreven als een ontembaar beest, niet geschikt voor domesticatie of om de ploeg te trekken. ‘Zal de eenhoorn u willen dienen? Zal hij vernachten aan uw kribbe? Zult gij den eenhoorn met zijn touw aan de voren binden? Zal hij de laagten achter u eggen? Zult gij op hem vertrouwen, omdat zijn kracht groot is, en zult gij uw arbeid op hem laten? Zult gij hem geloven, dat hij uw zaad zal wederbrengen, en vergaderen tot uw dorsvloer?’

Uit Deut. 33 vers 17 blijkt dat het dier twee hoornen had. Om die reden denkt men aan een woudos. De woudos staat in de Bijbel symbool als een dier met enorme kracht. In Psalm 22 smeekt David of de Heere hem verlost van de hoorn van de woudossen. David doelt hier op de vernietigende kracht van de vijanden. In Psalm 92 wordt dit beeld ook gebruikt, maar nu past David het op zichzelf toe. David spreekt in deze Psalm zijn vertrouwen op de Heere uit. Hij zal hem de kracht geven van een woudos. Zoals een woudos met zijn scherpe hoornen vaak onoverwinnelijk was zo zal David dat ook zijn. Zijn vijanden zullen het onderspit moeten delven.

Wie op de HEERE vertrouwt, Wie met Hem verbonden is, die mag net als David weten dat geen vijand te machtig is of met Gods kracht zal deze overwonnen worden. Als een onoverwinnelijke woudos mogen we pal staan in de strijd. Één iemand samen met de HEERE is een meerderheid. Als de machten van de boze ons aanvallen, als we aan het twijfelen en wankelen worden gebracht, mogen we zien op Gods kracht. ‘Maar u bent de Allerhoogste, voor eeuwig de HEERE’, zegt David. Daarop mag hij vertrouwen. Niet op eigen kracht, maar op Gods kracht alleen. Hebt u al zo op Hem leren vertrouwen? 

Ds. G.K. Terreehorst

  • © hersteld hervormde kerk 2019