• " Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels. " Genesis 28:17b

Meer over Home

Home

 

Bijbel

Meditatie

‘Wie bereidt de raaf haar kost, als haar jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen, omdat er geen eten is?’ Job 39:3

DE RAAF

De eerste vogel die we in de Bijbel tegenkomen is de raaf. Een prachtige, grote, zwarte vogel. Na de zondvloed laat Noach een raaf uit de ark, om te bezien of de wereld weer bewoonbaar was. Eerst vliegt deze vogel rusteloos heen en weer, maar uiteindelijk blijft hij weg. Een raaf is een aaseter en blijkbaar was er weer genoeg voedsel op de drooggevallen aarde. Dit herinnert aan het oordeel dat over de aarde is gegaan. De boodschap van deze raaf is dat het oordeel voltrokken is.

De tweede keer dat we over een raaf lezen is in Job 39 vers 3. In dit gedeelte is de HEERE Zelf aan het woord. Nadat hoofdstukken lang de vrienden van Job hebben gezocht naar een verklaring voor zijn lijden, gaat vanaf hoofdstuk 38 de Heere antwoorden. Hij doet dit door Job te wijzen op de grootheid van de schepping en de zorgende hand van de Heere hierin. Hij wijst Job op een nest jonge raven die schreeuwen om eten. Voor Job ongetwijfeld een bekend beeld. Hij had vaak zo’n nest met jonge raven gezien. Die konden een enorm lawaai maken. Raven hebben veel voedsel nodig. Het was voor de moedervogel niet eenvoudig om drie of vier hongerige snaveltjes in het nest te voeden. Ze vloog bijna voortdurend op en neer met voedsel. Soms als het voedsel schaars was dan zag je haar zoekend rondvliegen. In het nest schreeuwen en piepten de jongen om voedsel. Dat gepiep en geschreeuw werd door haar gehoord. Ze rustte niet eerder dan wanneer haar jongen te eten hadden.

De Heere Zelf wijst Job op dit beeld. Het wijst allereerst op de grootheid en macht van de Heere. Hij is het Die ook deze dieren heeft geschapen. Hij heeft de instincten zo gemaakt en de vogel zo toegerust dat het een nest maken, eieren kan uitbroeden en jongen grootbrengen. Wie die dieren een tijdje volgt, raakt onder de indruk van de macht van Degene die deze diertjes geschapen heeft. Laten ook wij ons zo verwonderen over de grootheid van God. De natuur is één lofzang op de Schepper. Van de grassprietjes tot het sterrenstelsel, ze vertellen allemaal het verhaal van Gods grootheid. Het beeld van die moedervogel die rondvliegt en haar jongen voedt, is ook een beeld van hoe de Heere voor Zijn kinderen zorgt. Die moedervogel hoort het geschreeuw uit het nest en blijft juist daarom zoekend naar voedsel rondvliegen. Soms moet ze haar jongen voor een tijdje achterlaten. Niet om ze te laten verhongeren, maar juist om ze te kunnen voeden.

Ook wij mogen zo weten dat God voor de Zijnen zorgt. Het kan voelen alsof jouw geschreeuw niet wordt opgemerkt, maar niets is minder waar. God schenkt alles wat nodig is. Job moest leren dat God zijn leven leidt en weet wie God voor hem is. Veel angsten zijn niet nodig als we maar beseffen dat God voor ons zorgt. Eeuwen later zal Jezus hetzelfde beeld gebruiken. Als Hij misschien wel omhoog wijst naar een overvliegende raaf. ‘Wat zijn jullie bezorgd?’, zegt Hij, ‘let op de raven, ze zaaien niet en oogsten niet, slaan niets op in schuren en toch voedt God dezelve. Hoeveel gaat u die vogels te boven’, Lukas 12:24.

Laten we net als die jonge raven daarom roepen en schreeuwen tot God in onze nood. Zoals die moedervogel dat geroep hoort, zo hoort ook de Heere ons geroep. Zoals die moedervogel haar jongen voedt, zo wil de Heere ook ons alles geven wat ons ontbreekt. God belooft het in Jesaja 58:9: ‘dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik!’  

Kand. G.K. Terreehorst

  • © hersteld hervormde kerk 2019